Van de voorzitter
Het gerucht gaat dat er in Nederland meer Franse klassiekers rondrijden dan in Frankrijk. Althans voor snoeken, DS’en en ID’s, geldt dat zeker. Die zijn hier dan ook een stuk voordeliger in de aanschaf (en doorgaans in betere staat van onderhoud) dan in la douce France. Maar zodra je je onderdompelt in de micro-cosmos van de sociale media en je kijkt weer eens naar een nieuw geplaatste video van La Chevronnée of Garage 2CV Etienne Muslin (beide kanalen heb ik hier al eens voorgesteld en besproken), dan krijg je de indruk dat ze ook in Frankrijk nog volop te vinden zijn en ook daar gelukkig nog lang niet uit het straatbeeld verdwenen zijn. Samen met mijn zoon reed ik in de herfstvakantie door de Franche Comté en de Jura naar het Zuiden. Per camper – onze jaarlijkse week van afzondering en bezinning zeg ik met een grijns. Dit jaar hadden we ons voorgenomen niet alleen te fietsen en af en toe een stadje te bezoeken, maar ook een paar mooie golfbanen uit te proberen. Hij speelt sinds een jaar of twee en ook enkele van zijn vrienden zijn al een tijdje met het virus besmet. Zelf heb ik een kwart eeuw geleden mijn EGA-greencard behaald in Oostenrijk, daarna jarenlang gespeeld, toen een hele tijd niet meer en het tenslotte twee jaar geleden weer opgepakt samen met hem. En nu hebben we er een mooie vader-zoonactiviteit bij. Op weg naar de mooie baan van Val de Sorne, niet ver van Lons le Saunier, hadden we op een rotonde al een mooie grijze 2CV6 Club gezien en even later op de parkeerplaats van het clubhuis een kekgele, ook een “zes”. Beide Frans en in ieder geval de tweede dus in eigendom van een golfer. Althans dat nam ik even aan. Toch is dat dan even grinniken. Immers, zeker in Nederland was de Eend in de gloriejaren een protest-auto: tegen het establishment, tegen de burgerlijkheid, voor de vrijheid, anti-autoritair. Eendrijders waren toch in meerderheid wars van elitaire pretentie. In die jaren zou je niet gauw een Eend op de parkeerplaats van een golfcourse tegenkomen vermoed ik. In díe jaren – tegenwoordig ligt dat heel anders. Enkele dagen later, op de zo mogelijk nog mooiere baan van Roquebrune, kwamen we langs een merkwaardig reclamebord – enorm van afmeting en met in rood een groot logo erop. Het was een opgestoken vuist met daarin een golfclub (de stok waarmee je de bal slaat, niet de vereniging) en erboven eveneens in rode koeieletters de tekst “Golf démocratique!”. Wat ik er in de gauwigheid van het voorbijrijden van begreep is dat je voor een euro op een oud voetbalveld een uur lang ballen mocht wegslaan om kennis te maken met het spel. Opnieuw was er die grijns: de egalitaire geest van het primitieve plattelandsautootje is nog niet uit Frankrijk verdwenen. Toch mooi.
Wanneer dit nummer verschijnt is ons lustrumjaar alweer ten einde gekomen en zitten de kerstdagen er alweer op, om van herfstvakantie nog maar te zwijgen. Het was een mooi maar ook bewogen oldtimerjaar voor onze EEEC, het lustrumjaar 2024, met zonnige ritten, goedbezochte evenementen en vruchtbare samenwerking met wat ik maar even ‘het buitenland’ noem: andere clubs, instellingen en initiatieven binnen de wereld van de 2CV en de ruimere Citroën-wereld. We kijken als bestuur in Deux Chevaux Nieuws 47/1 nader terug op het jaar en werpen ook alvast een blik op de toekomst. Veel leesplezier met dit nieuwe nummer van DCN en blijf – ook in de winterstop – genieten van jullie deux chevaux!





